Het Basisexamen Inburgering Buitenland is verplicht voor veel MVV-aanvragers die een verblijfsvergunning aanvragen vanuit het buitenland.
Het examen wordt afgelegd op een Nederlandse ambassade of consulaat in het buitenland, vóór de verhuizing naar Nederland. Het is niet hetzelfde als de inburgering die je na aankomst in Nederland doorloopt.
De onderdelen Spreken, Lezen en Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS) moet je allemaal behalen. Je kunt ze eventueel op verschillende momenten afleggen.
Het examen toetst Nederlands op A1-niveau, het instapniveau van het Europees Referentiekader (ERK). Dit toetst alleen basisbegrip van alledaagse woorden en eenvoudige zinnen, geen vloeiende spreekvaardigheid.
Voor de meeste kandidaten betekent dit dat ze de taal vanaf de basis leren. Het lespakket van Naar Nederland is hierbij de leidraad voor de woordenschat en thema's van het examen.
Algemene taalapps richten zich op brede taalverwerving, maar sluiten niet aan op de specifieke woordenschat of opgaven van het BIB. Gericht oefenen met de exameneisen helpt om efficiënt te studeren.